LETS Geschiedenis

De voorlopers van LETS ontstonden in tijden van crisis. Ze draaiden op waardebonnen, die alleen lokaal geldig waren. Aan werk was geen tekort, maar het geld om mensen in te huren ontbrak. Dat was precies waar de middenstand die bonnen voor ging gebruiken. Zodra zij het betaalmiddel accepteerde, krabbelde de lokale economie weer wat op. Mensen die geen kans op werk leken te hebben deden opeens allerlei klusjes en gebruikten de bonnen om hun rekeningen mee te betalen.

Meestal werd het betaalmiddel na een tijdje door de nationale bank verboden. Toch zijn er, ook op dit moment, voorbeelden die bewijzen dat het wél kan: zie daarvoor o.a. de bladzij "Aanbevolen".

Zou zo'n systeem jou kunnen prikkelen om je vaker maatschappelijk in te zetten? Er blijft veel zinnig werk liggen omdat er geen geld voor is…

blij met lets

1886: Buenos Aires

portret Silvio GesellSilvio Gesell, afkomstig uit de omgeving van Eupen (tegenwoordig in Duitstalig België) drijft een zaak in medische instrumenten in Buenos Aires, Argentinië.
Tijdens een wereldwijde crisis realiseert hij zich dat geld moet blijven rollen. Wanneer niet oppotten maar juist uitgeven interessant is, zo redeneert hij, voorkom je dat sommigen op hun geld zitten terwijl anderen er niet in slagen iets te verdienen.

Hij spreekt van "Freigeld" (geld, vrij van speculatie). Daar moet geregeld een zegel op worden geplakt om het zijn waarde te laten houden. Biljetten worden na enige tijd ongeldig, iets waaraan alleen valt te ontkomen door ze tijdig uit te geven. Zolang geld gestaag blijft rollen, is het idee, zal de economie minder heftige schommelingen laten zien.

De principes legt hij uit in het boekje "Der verblüfte Sozialdemokrat", wat later "Die Wunderinsel Barataria" is gaan heten. De Nederlandse vertaling kan je hier downloaden.

1927: Schwanenkirchen

steenkool i.p.v. turven

Al voordat er in 1929 een wereldwijde crisis uitbreekt zit de Duitse economie in het slop. Veel geld wordt bijgedrukt, wat leidt tot hyperinflatie. De Hebecker kolenmijn in het Beierse Schwanenkirchen betaalt het personeel dan alleen nog in Wära: tegoedbonnen voor kolen. De tegenwaarde van de hoeveelheid gedrukte Wära ligt op het terrein van de mijn: aan steenkool zal altijd behoefte zijn, zo redeneert men. De "munt" slaat aan en de economie bloeit plaatselijk op, zeker ook omdat zo'n 2.000 ondernemers de Wära accepteren.

In 1932 komt een einde aan dit "Wirtschaftswunder" wanneer de Wära wordt verboden.

1932: Wörgl

1 schilling biljet uit woergl

Wanneer de Oostenrijkse gemeente Wörgl in Noord-Tirol bankroet dreigt te gaan, grijpt burgemeester Unterguggenberger terug op het "Freigeld" van Silvio Gesell. Het stadsbestuur stort een bedrag bij de bank en laat voor datzelfde bedrag bonnen drukken. Op de bonnen moet maandelijks een zegel worden geplakt, wat het aantrekkelijk maakt om er dan maar zoveel mogelijk mee te doen. De stad betaalt er salarissen mee, winkeliers accepteren het als betaalmiddel en burgers voldoen er gemeentebelastingen mee. De economie van het stadje bloeit door de hoge omloopsnelheid van het "geld" snel op, de werkloosheid daalt van 21 naar 15% .. tot het moment waarop de overheid ingrijpt.

met freigeld gebouwd

Na een jaar wordt het experiment verboden. In dat jaar is er in Wörgl veel gebouwd. Een skischans en een brug getuigen daar nog van. Op die brug staat nog tot in de jaren '80 te lezen: "Erbaut mit Freigeld im Jahre 1933".

1982: Courtenay

biljetten community way dollar
Deze zaak accepteert Community way dollars

De Brit Michael Wade Linton woont in het Canadese Courtenay, wanneer de rente naar 20% stijgt. Zijn bedrijf is een van de velen dat failliet gaat. Linton en zijn lotgenoten in het stadje ter grootte van Coevorden beseffen dat haast alles wat zij nodig hebben om door te gaan er nog is. Of het nu om materialen, kennis of de juiste mensen gaat: het is voorhanden. Het enige wat zij kwijt zijn is geld. Linton werkt een voorstel (Community way dollar) uit, waarbij hij als eerste de term "LETSystem" gebruikt.

Middenstanders, zo zal hij later schrijven, zijn nodig om LETS van de grond te laten komen. Zonder hen zijn er alleen kleine transacties: leuk, maar niet genoeg voor wezenlijke veranderingen.

Het eerste LETS is geëvolueerd tot een systeem als dat van de Toronto dollar. Opbrengsten gaan naar goede en betaalbare huisvesting voor daklozen.

1993: Amsterdam

logo LETS Amsterdam
LETS Amsterdam (logo)

Actie Strohalm uit Utrecht (tegenwoordig:STRO) nam het initiatief om te starten met Noppes.

Noppes, met een kantoor op het terrein van wat vroeger het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis was, is met enkele honderden leden veruit de grootste ruilkring in Nederland.

1996: Emmen

logo's LETS Emmen
LETS Emmen (logo begintijd, links en 2011, rechts)

In de jaren '90 van de vorige eeuw gingen tientallen ruilkringen in evenveel steden van start, zo ook in Emmen. Na een periode met een stabiel aantal van enkele tientallen actieve leden en een eveneens actieve kerngroep kwam de klad er een beetje in. Begin 2011 bleek het voornaamlijk één persoon te zijn die de boel, al een aantal jaren, draaiend hield. Toen ook zij te kennen gaf ermee te willen stoppen heeft een nieuwe, enthousiaste groep het van haar overgenomen. Doel: binnen enkele jaren (veel) meer leden, contacten en handel.

1998: Toronto

raamaffiche toronto dollar
LETS Amsterdam (logo)

Een aantal inwoners van St. Lawrence, een wijk van het Canadese Toronto, bedenkt een lokale "munt" (Toronto dollar) die draait om het versterken van de lokale economie, om gemeenschapszin en om extra aandacht voor economisch zwakkeren.

Het verschil met gewoon geld zit 'm, als bij de Community way dollar, vooral in het ideële karakter. De bon moet onderlinge economische en sociale banden tussen bewoners en banden tussen bewoners, zakenleven en stadsbestuur versterken.

Iedereen met gemeenschapszin kan een bedrag aan Canadese dollars één op één wisselen. Bonnen kunnen bij deelnemende winkeliers worden besteed of onderling gebruikt om er handel mee te drijven.

Organisaties kunnen bonnen inwisselen, zij het niet één op één: ze ontvangen er 9% minder voor terug. Daartegenover levert het behalve meer omzet een sociaal imago op. Die 9% wordt in een fonds gestort. Lokaal actieve organisaties zonder winstoogmerk, goede-doelenorganisaties en diverse sociale projecten komen in aanmerking voor een uitkering uit dat fonds.

Organisaties en particulieren gebruiken de Toronto dollar behalve als cadeaubon ook om klussen mee te laten doen.
Over zo verkregen inkomen moet belasting worden betaald, maar mensen met een bijstandsuitkering worden daar niet op gekort wanneer ze inkomen in Toronto dollars hebben.